Pioniers van de moderne kunst uit de Hermitage. Deze titel geeft de essentie weer van de expositie die van 6 maart t/m 17 september te zien is in de Hermitage te Amsterdam. De collectie herbergt een van de mooiste Franse collecties uit de 20e eeuw.
De expositie toont voor het eerst het indrukwekkende oeuvre van de Russische Avant Garde.
Centraal staat de bezieling van de kunstenaar. Hun elan om aan het begin van de vorige eeuw een revolutie in de schilderskunst te ontketenen. Haar ontstaan dankt de collectie aan de Russische kunstverzamelaars Ivan Morozov (1871-1921) en Sergej Sjtsjoekin (1854-1936), beide textielhandelaar. Zij durfden het aan om de soms nog natte doeken te kopen en beheersten destijds het kunstleven in Moskou. Wat zij aankochten, werd op gezette tijden tentoongesteld.
Pioniers
Kunstenaars als Matisse, Picasso, Derain, de Vlaminck en van Dongen zochten als ware pioniers naar vernieuwing. Ze wilden de natuur bevrijden uit haar strenge kaders. De schilderskunst ontdoen van vastgeklonken academische tradities. Met hun doeken reageerden ze op het Franse impressionisme en pointillisme. Felle kleuren en kleurcontrasten, ruwe penseelvoering, vereenvoudigde vormen en gedurfde vertekeningen kenmerkten de vernieuwing. Licht en schaduw werden zonder tussentinten en zonder schaduw weergegeven. Ze braken met de traditie om ruimtes drie dimensioneel weer te geven. Hun werken roepen vooral passie op.
Matisse
Henri Matisse stond centraal bij in een groep die Fauvisten, wilde dieren, werden genoemd. Veelzeggend zijn de woorden die Sjtsjoekin tot hem sprak: ‘Het publiek is tegen u, maar de toekomst is voor u.’ Het doek de ‘rode kamer; maakte hem tot de schilder van de kleur. Door bijna uitsluitend in rood te verven zette Matisse een belangrijke stap in de verkennende decoratieve mogelijkheden in de schilderskunst. Het doek vormt een schreeuw tegen al het traditionele. Het roept vooral passie op. Je krijgt zo zin om aan de tafel aan te schuiven.
Rood was zijn lievelingskleur, volgens een fragment uit het boek ‘de rode verfstreken van Henri Matisse (Ceciel de Bie, Uitgeverij museumshop Hermitage Amsterdam, maart 2010).
Picasso
Met zijn frontale naakten van zitten vrouwen tartte Picasso de normen van zijn tijd. De vormen in Femme Assise (zittend vrouw) zijn drie-en rechthoekig. De uitdrukkingswijze is hard en strak in dikke verflagen. Ze typeren het kubisme waarvoor Picasso in 1907 de basis legde. Vervat in een taal van symbolen bleef bij Picasso de werkelijkheid het uitgangspunt. Ingetogen kleuren en gefragmenteerde vormen kenmerkten zijn stijl. Picasso sprak wel van ‘gebroken spiegels’. Gevraagd naar zijn uitgangspunt antwoordde Picasso: ‘’spreken met de piloot is ten strengste verboden.’
Kandinsky
Kandinsky raakte niet alleen geboeid door de kleuren van Picasso en Matisse maar ook door de muziek (Schönberg). Dit alles komt tot expressie in zijn Kompositie VI. Dit werk roept met zijn dynamische kleurensymfonie emoties op. Kleurige lijnen dwarrelen in een kleurrijke compositie rondom het thema van de zondvloed. Het doek weerspiegelt de openlijke emotionaliteit die schilders aan het begin van de 20e eeuw nastreefden. Kandinsky wilde nog meer zijn eigen gevoel weergeven. Hij hoorde de kleuren van de muziek en zijn kleuren riepen muziek op. Ooit zou hij een van zijn schilderijen omgekeerd hebben zien staan.
Hij vond het van een onbeschrijfelijke, overweldigende schoonheid. In drie fases maakte hij zijn doeken:
-
Verwerking van observaties en indrukken
-
Plotseling en onverwachte improvisatie
-
Compositie
Malevich
Malevich durfde nog een stap verder dan Kandinsky te gaan. Al het nieuwe van de 20e eeuw bracht hij samen in een geometrisch vlak, zwart vierkant. Malevich is de grondlegger van het suprematisme. Volgens deze stijl roept niet de techniek het gevoel in het leven. Integendeel: de techniek komt voort vanuit het gevoel. Geometrische figuren (driehoek, cirkel, rechthoek) plaatsen deze stijl in de hoek van het abstracte.
De Vlaminck
Hoe dikker, hoe beter. Met deze bezielende gedachte als uitgangspunt maakten veel pioniers hun werk. De Vlaminck deed daar niet voor onder. Hij riep: ‘Direct uit de tubes. Om te kunnen schilderen moeten we emmers vol kleur hebben.’ De door het fauvisme verfoeide voorschriften in de kunst vergeleek hij met medische regels: ‘om daarin te geloven moet men ziek zijn. Het weten doodt het instinct. Ik streef ernaar mezelf te hervinden in de diepten van het onbewuste waar driften sluimeren, die mij zijn ontnomen door burgerlijke conventies.’
Meer informatie
Reageer op dit artikel
Ik ben er geweest en moet eerlijk zeggen dat het mij wat tegenviel.
11 maart, 2010
Ik vond het een erg mooie en informatieve tentoonstelling, maar ik heb weinig vergelijkingsmateriaal.
15 maart, 2010