Weg met de wegenkaarten, Claudia (of Monique, of Henk) wijst je al pratend waar
je moet afslaan en luister je toch niet, dan krijg je te horen dat je moet keren.
Steeds meer mensen stappen de auto niet meer in zonder hun GPS en ook onder fietsers
en wandelaars is de GPS in opmars. Is het echt zo handig?
In de auto is een GPS langzamerhand onmisbaar, maar om mee te wandelen of te
fietsen? Dat vonden wij, fervente buitensporters, tot voor kort echt overdreven.
Er zijn zeer gedetailleerde kaarten te koop, er is een schitterend bewegwijzerd
fietsroutenetwerk en via internet kun je de mooiste routes downloaden. Lang geleden
probeerden we een GPS uit tijdens een fietstocht in de Gooise bossen. De satellieten
die ons van informatie moesten voorzien zagen kennelijk door de bomen het bos
niet meer, want het signaal viel regelmatig weg.
Onbekend terrein
“Maar dat is nu echt achterhaald”, zegt Eric de Haan. Hij werkt bij Bever Zwerfsport
in Amersfoort en leent graag een gloednieuw apparaat uit om het tegendeel te bewijzen.
Enthousiast legt hij uit hoe de Garmin Oregon 300 werkt. Eenmaal thuis zijn we
de helft al weer vergeten, maar de bijgeleverde Cd-rom helpt ons snel weer op
weg. De ontvangst blijkt zeer goed: zelfs in huis krijgt de Garmin voldoende signaal
om aan te geven waar we ons bevinden.
Op de duidelijke kaart kun je, net als bij
Google Earth, in- en uitzoomen.
We zijn net verhuisd zijn naar een ander deel van het land, dus dit is een mooie
gelegenheid om op onbekend terrein op pad te gaan. Eerst de fietstocht maar. We
toetsen thuis het adres van de kinderen in, bevestigen de waterdichte GPS met
de bijgeleverde strips aan het stuur en gaan op pad. Het beeldscherm geeft alles
duidelijk weer: bebouwing, hoofdwegen, kleine paadjes, spoorwegen en zelfs slootjes.
Een pijltje geeft aan waar we ons bevinden en welke kant we opgaan.
Feilloos
Ruim voor elke afslag waarschuwt het apparaat met een piepje, handig, omdat er
geen spreekstem op zit, zoals in de auto. Je hoeft dus niet voortdurend op het
scherm te kijken. Een paar keer rijden we met opzet verkeerd, maar we worden weer keurig teruggeloodst naar de juiste route. Op het scherm
kun je bepaalde punten markeren met een vlaggetje, en een naam, de zogenaamde
‘waypoints’. Als je wilt kun je dan precies dezelfde route weer terugrijden. Dat
doen wij niet, we nemen een andere weg, langs kleine slingerpaadjes die soms doodlopen
bij water of een dijk. Voor de Garmin geen enkel probleem.
Ook langs deze alternatieve
route brengt hij ons feilloos thuis.
Simpel tikje
We zijn nieuwsgierig hoe hij bevalt tijdens het wandelen. We besluiten een tocht
over de Veluwe te maken en laden via de computer een bestaande wandelroute in
van Ermelo naar Nunspeet. Alle mogelijke informatie is via de GPS op te vragen:
tijd, temperatuur, afgelegde en nog te lopen afstand, horeca, bezienswaardigheden
en dat alles door een simpel tikje op het scherm. Er zit een elektronisch kompas
op, een barometer en een hoogte- en dieptemeter. Hij geeft zelfs aan hoe laat
de zon ondergaat.
Tijdens onze wandeling raken we nog enthousiaster dan we al waren. Een deel van
de Veluwe blijkt opnieuw te worden ingericht. Grote stukken bos worden gekapt
om zo weer zandverstuivingen te creëren. Een groot deel van de route zou met een
kaart niet meer te volgen zijn, want de meeste wegwijzers en een deel van de paden zijn verdwenen.
Wandelvoeten
Voortdurend controleren we op het GPS-scherm waar we zijn en bij elke splitsing
wijst de Garmin ons welk paadje we het beste kunnen kiezen. Dit is echt geweldig.
Elke wandelaar die wel eens verdwaald is, weet hoe slopend het kan zijn om steeds
maar op de gok een pad in te slaan en na uren te constateren dat je nog niets
bent opgeschoten. Op de fiets maakt een paar kilometer meer of minder niet zoveel
uit, maar voor wandelvoeten kan dat funest zijn.
Onderweg bespreken we of het loont om zelf zo’n apparaat aan te schaffen. De
Garmin werkt fantastisch, maar is met een prijs van €429,00 niet bepaald goedkoop.
Tot nu toe hebben we vele duizenden kilometers gefietst en gewandeld zonder zo’n
ding, gewoon met kaart en kompas. Dat ging meestal goed, behalve bij ingrijpende
veranderingen, zoals nieuwe wegen of bebouwing, of campings die ineens niet meer
bleken te bestaan. Maar routekaarten raadplegen en verwisselen als het regent
en waait is lastig en de Garmin past gewoon in je jaszak.
Mooie routes
Voor een ’s zondags rondje om de kerk hoef je hem niet aan te schaffen. Maar
voor wie regelmatig lange afstanden fietst en wandelt is het een leuk, uitdagend
apparaat. Je kunt niet alleen mooie routes downloaden, maar ook de route die je
zelf hebt uitgezet opslaan en gebruiken voor je website of je reisjournaal.
De Garmin is gemakkelijk te bedienen, maar je moet er wel een paar proeftochten
mee maken voor je begint aan de beklimming van de Schotse Munros.
En ook dan kun
je kaart en kompas niet thuislaten, want stel dat de elektronica het af laat weten.
En een set reservebatterijen mag natuurlijk ook niet ontbreken. Handig is dat
Bever Zwerfsport de Garmin Oregon 300 voor een klein bedrag ook te huur aanbiedt.
Zo kun je hem eerst een dag of weekend uitproberen en als je tot aankoop overgaat
krijg je de huurprijs terug.
In Nunspeet, lekker in de zon op het terras, lezen we op het scherm dat we een
gemiddelde hebben gelopen van 5,2 kilometer per uur. In totaal hebben we 4,3 uur
gelopen en 1,31 uur stilgestaan. Het gebruikelijke geharrewar over hoe hoog ons
tempo lag behoort nu tenminste ook tot het verleden.
Meer informatie
Reageer op dit artikel