Een spinnenweb aan een herfstachtige boom wordt gestreeld door wat stralen van
de ochtendzon. Dat was alles wat er vanmorgen nodig was om me even stil te laten
staan. Om even te genieten van een mooi plaatje. Om even blij te zijn.
Een glimlach vormde zich om mijn mond en in die enkele seconde was ik al het
andere vergeten. De wereld was even volmaakt en een traan van geluk rolde over
mijn wang. Over het algemeen reageer ik slechts geïrriteerd op een spinnenweb,
zeker als ik er doorheen loop. Vieze dingen! En de herfst met z’n magere zonnetje,
hm, dat is het einde van de zomer. Wanneer de dagen onverbiddelijk korter worden
om de koude, gure winter aan te kondigen. Geef mij de lente maar!
Wat een verschil in beleving, van nota bene dezelfde ingrediënten! Hoe komt dat
toch? Dat gelukzalige moment vanmorgen, overkwam me niet zomaar! Het is een cadeautje
wat ik zo af en toe krijg. Het is een voorbeeld van de cadeautjes waar ik zelf
om gevraagd heb door een knop om te zetten. In een tijd dat het leven als een
loden deken om mijn schouders hing, zag ik die liefelijke spinnenwebjes niet.
Alles was donker; het was steeds winter en als ik een goede dag had, werd het
nooit meer dan herfst. Ik zag vooral de dingen die niet goed waren – niet naar
mijn zin waren.
Op een goede dag pakte ik een oud fototoestel op. Ik zette er een dikke lens
op en tuurde door de zoeker. Om iets te zien, moest ik focussen. Niet alleen die
lens. Om dat ene plaatje te krijgen dat ik zocht, moest ik zelf ook anders leren
kijken. Moest ik niet alleen leren kijken, ik moest leren zien! Als je dat object
nu eens vanuit een andere invalshoek bekijkt, verandert het soms van een nietszeggend,
donker beeld naar een sprankelend palet van kleuren. Ik herinner me nog hoe verslavend
dat op me kon werken. De vreugde van het ‘perfecte plaatje’. Een door mij ontdekt
beeld, een beeld dat ik in mijn hoofd gevangen had, een beeld dat ik koesterde.
En toen ik ontdekte dat ik een beeld anders kon leren beleven, ging ik ook experimenteren
met situaties. Voorbeeldje. Ik stoot mijn hoofd, boem, auw!
Reactie 1: Mopperdemopper, ik heb mijn kop gestoten! Waarom ik weer!?
Reactie 2: Au, ik heb mijn kop gestoten. Gelukkig, ik heb geen gat in mijn hoofd!
Natuurlijk doet het nog steeds pijn. Maar in plaats van mezelf slachtoffer te
maken van iets veel groters dan me daadwerkelijk overkwam, werd ik dankbaar voor
het feit dat het niet erger was. Donker bleek een randje van licht te hebben.
Door steeds die reactie te zoeken, naar het juiste perspectief, bleek uiteindelijk
dat het licht het steeds weer van het donker wint. Waar licht is, kan het niet
donker zijn. Langzaamaan is het ingeslepen gedrag geworden. Zie ik iets wat mijn
aandacht trekt waar ik anders aan voorbij gerend zou zijn. En stop ik even. Om
te kijken, om te zien. Gewoon, om even blij te zijn.
Reageer op dit artikel