Een gezonde tuin zonder gif

Mollen, luizen, schimmels en andere plagen zijn het schikbeeld van elke tuinliefhebber. Een greep naar het gif is dan verleidelijk...

0 reacties « Kunst en cultuur  « Tuinieren 

Mollen, luizen, schimmels en andere plagen zijn het schikbeeld van elke tuinliefhebber. Een greep naar het gif is dan verleidelijk, maar heel slecht voor het milieu en natuurlijk ook voor jezelf. Met een beetje meer geduld en aandacht jaag je elke plaag op een natuurlijke manier je tuin uit.

Een tuin is een rijk bezit. Maar als mollen het gazon omploegen, slakken het groen aanvreten, luizen de rozen belagen en ziekten en schimmels de planten laten verpieteren, is het ineens een stuk minder leuk. Best begrijpelijk dat je dan naar het eerste het beste bestrijdingsmiddel wilt grijpen. Dan ben je er immers snel vanaf. Helaas kleven er nogal wat milieu,- en gezondheidsbezwaren aan die ‘snelle’ bestrijders.

Gif in voedselkringloop
Belangrijkste bezwaar is dat maar een klein deel van het bestrijdingsmiddel terecht komt bij het ongedierte. De rest komt terecht in het grond,- en oppervlaktewater en bij planten die je juist wilt behouden. Ook kleine diertjes zoals slakken krijgen het gif binnen en geven het op hun beurt weer door aan de egels of vogels door wie ze worden opgegeten. Zo komt het gif steeds verder in de voedselkringloop terecht.

Natuurlijke vijanden
Een natuurlijke, weloverwogen aanleg van de tuin levert meteen al winst op in de strijd tegen plagen en ongedierte. Bekijk van te voren welke planten het beste in de tuin passen. Hou rekening met zon, regen, schaduw en wind en laat de natuur vervolgens zo veel mogelijk zijn gang gaan. In een natuurlijke tuin voelen namelijk ook de natuurlijke vijanden van beestjes en plagen zich thuis: vogels, egels en insecten eten rupsen, larven en luizen.

Slim planten
Ook de opbouw van de tuin helpt mee. Door planten strategisch te plaatsen, is de tuin beter bewapend tegen ziekten. Combinatieteelt noem je dat. Zo is het verstandig om in de buurt van luisgevoelige planten (zoals rozen) munt, salie, tijm, lavendel of melisse te planten. Luizen houden namelijk niet van de uitgesproken geur van deze planten.

Mollen
Beestjes in je tuin zijn over het algemeen nuttig. Ze helpen bij het bestuiven van planten. Al hebben deze beestjes soms een keerzijde. Mollen eten weliswaar ongedierte en houden de grond lekker los, ze kunnen ook je gazonnetje ruïneren. Om mollen te weren kun je op verschillende plekken naast het gazon lege flessen ingraven. Graaf ze in zonder dop. De wind laat de flessen zingen en dat vinden mollen hartstikke eng.

Slakken
Een ander irritant beestje is de slak. Een kleine slijmerd met een enórme eetlust. Omdat te veel vocht in de tuin de oorzaak kan zijn van een slakkenplaag, moet je eerst de vochtafvoer in de tuin goed regelen. Hou je last van slakken, dan kun je hier en daar jampotjes ingraven in de grond. Vul ze met een laagje bier. De slak zal verlekkerd op de lucht afkomen en vervolgens verdrinken. Nadeel: het bier lokt misschien meer slakken naar je tuin dan je lief is…

Luizen
En dan een van de meest voorkomende plagen: luizen. Het zijn grote overdragers van virussen. Zet een plant op een goede plaats en mest niet teveel bij. Gebruik geen bestrijdingsmiddel, want dat doodt ook de larven van lieveheersbeestjes en beestjes zoals zweefvliegen en oorwurmen en die zijn juist dol op luizen. Planten met spint, wolluis, trips of andere soorten luis kun je een keer in de week spoelen met een lauwwarme douche. Vergeet de onderkant van de bladeren niet.

Schimmel
Vooral tijdens natte zomers kunnen planten last krijgen van schimmel. Belangrijk is dat ze niet te dicht op elkaar staan zodat ze kunnen drogen na een regenbui. Zit er schimmel in een plant, knip dan zo snel mogelijk de aangetaste delen weg (gooi dit tuinafval niet op de composthoop want dan verspreidt de schimmel zich via de compost door de hele tuin). En voorkom overbemesting. Gebruik bijvoorbeeld liever geen kunstmest, maar compost.

Tips en trucs
Hoewel velen brandnetels zien als onkruid, is het wel een nuttig plantje. Maak een aftreksel van zeshonderd gram verse brandnetels op vijf liter water. Laat dit twee weken staan en voeg daar een theelepel groene zeep aan toe. Bespuit alle schimmelgevoelige planten twee keer in de week met dit mengsel. Brandnetelgier werkt ook goed tegen luizen.

De kartontruc kan helpen tegen onkruid. Bevochtig het volledige gebied en bedek het met (ribbel)karton. Strooi hier vijf a tien centimeter compost of houtsnippers overheen. Het karton zal verteren en onkruid krijgt geen kans meer om door de laag heen te dringen. Onkruid tussen de tegels kun je laten verdwijnen door het kookwater van aardappels over de tegels te gieten.

Nuttige adressen:

Bookmark and Share

Reageer op dit artikel




Houd mij op de hoogte van de follow-up opmerkingen?


* is een verplicht veld.

 

Bedankt voor uw reactie.

advertentie