Een gezonde tuin zonder gif
Mollen, luizen, schimmels en andere plagen zijn het schikbeeld van elke tuinliefhebber. Een greep naar het gif is dan verleidelijk...
Mollen, luizen, schimmels en andere plagen zijn het schikbeeld van elke tuinliefhebber.
Een greep naar het gif is dan verleidelijk, maar heel slecht voor het milieu en
natuurlijk ook voor jezelf. Met een beetje meer geduld en aandacht jaag je elke
plaag op een natuurlijke manier je tuin uit.
Een tuin is een rijk bezit. Maar als mollen het gazon omploegen, slakken het
groen aanvreten, luizen de rozen belagen en ziekten en schimmels de planten laten
verpieteren, is het ineens een stuk minder leuk. Best begrijpelijk dat je dan
naar het eerste het beste bestrijdingsmiddel wilt grijpen. Dan ben je er immers
snel vanaf. Helaas kleven er nogal wat milieu,- en gezondheidsbezwaren aan die
‘snelle’ bestrijders.
Gif in voedselkringloop
Belangrijkste bezwaar is dat maar een klein deel van het bestrijdingsmiddel terecht
komt bij het ongedierte. De rest komt terecht in het grond,- en oppervlaktewater
en bij planten die je juist wilt behouden. Ook kleine diertjes zoals slakken krijgen
het gif binnen en geven het op hun beurt weer door aan de egels of vogels door
wie ze worden opgegeten. Zo komt het gif steeds verder in de voedselkringloop
terecht.
Natuurlijke vijanden
Een natuurlijke, weloverwogen aanleg van de tuin levert meteen al winst op in
de strijd tegen plagen en ongedierte. Bekijk van te voren welke planten het beste
in de tuin passen. Hou rekening met zon, regen, schaduw en wind en laat de natuur
vervolgens zo veel mogelijk zijn gang gaan. In een natuurlijke tuin voelen namelijk
ook de natuurlijke vijanden van beestjes en plagen zich thuis: vogels, egels en
insecten eten rupsen, larven en luizen.
Slim planten
Ook de opbouw van de tuin helpt mee. Door planten strategisch te plaatsen, is
de tuin beter bewapend tegen ziekten. Combinatieteelt noem je dat. Zo is het verstandig
om in de buurt van luisgevoelige planten (zoals rozen) munt, salie, tijm, lavendel
of melisse te planten. Luizen houden namelijk niet van de uitgesproken geur van
deze planten.
Mollen
Beestjes in je tuin zijn over het algemeen nuttig. Ze helpen bij het bestuiven
van planten. Al hebben deze beestjes soms een keerzijde. Mollen eten weliswaar
ongedierte en houden de grond lekker los, ze kunnen ook je gazonnetje ruïneren.
Om mollen te weren kun je op verschillende plekken naast het gazon lege flessen
ingraven. Graaf ze in zonder dop. De wind laat de flessen zingen en dat vinden
mollen hartstikke eng.
Slakken
Een ander irritant beestje is de slak. Een kleine slijmerd met een enórme eetlust.
Omdat te veel vocht in de tuin de oorzaak kan zijn van een slakkenplaag, moet
je eerst de vochtafvoer in de tuin goed regelen. Hou je last van slakken, dan
kun je hier en daar jampotjes ingraven in de grond. Vul ze met een laagje bier.
De slak zal verlekkerd op de lucht afkomen en vervolgens verdrinken. Nadeel: het
bier lokt misschien meer slakken naar je tuin dan je lief is…
Luizen
En dan een van de meest voorkomende plagen: luizen. Het zijn grote overdragers
van virussen. Zet een plant op een goede plaats en mest niet teveel bij. Gebruik
geen bestrijdingsmiddel, want dat doodt ook de larven van lieveheersbeestjes en
beestjes zoals zweefvliegen en oorwurmen en die zijn juist dol op luizen. Planten
met spint, wolluis, trips of andere soorten luis kun je een keer in de week spoelen
met een lauwwarme douche. Vergeet de onderkant van de bladeren niet.
Schimmel
Vooral tijdens natte zomers kunnen planten last krijgen van schimmel. Belangrijk
is dat ze niet te dicht op elkaar staan zodat ze kunnen drogen na een regenbui.
Zit er schimmel in een plant, knip dan zo snel mogelijk de aangetaste delen weg
(gooi dit tuinafval niet op de composthoop want dan verspreidt de schimmel zich
via de compost door de hele tuin). En voorkom overbemesting. Gebruik bijvoorbeeld
liever geen kunstmest, maar compost.
Tips en trucs
Hoewel velen brandnetels zien als onkruid, is het wel een nuttig plantje. Maak
een aftreksel van zeshonderd gram verse brandnetels op vijf liter water. Laat
dit twee weken staan en voeg daar een theelepel groene zeep aan toe. Bespuit alle
schimmelgevoelige planten twee keer in de week met dit mengsel. Brandnetelgier
werkt ook goed tegen luizen.
De kartontruc kan helpen tegen onkruid. Bevochtig het volledige gebied en bedek
het met (ribbel)karton. Strooi hier vijf a tien centimeter compost of houtsnippers
overheen. Het karton zal verteren en onkruid krijgt geen kans meer om door de
laag heen te dringen. Onkruid tussen de tegels kun je laten verdwijnen door het
kookwater van aardappels over de tegels te gieten.
Nuttige adressen:
Lees ook…
600 jaar Nieuwe Kerk AmsterdamLisette Autumn
Tien voor Tineke Schouten
Cd bespreking - New Classic Quartet, Friends
Hongaarse bisschopstad Pécs: het best bewaarde geheim van Europa
The African Dream
Zomerse zondagen in Gemeentemuseum Den Haag (18 + 25 juli, 8 augustus)
Hongaarse wijn, pálenka en folklore
Bomans. Portret van een levenskunstenaar
DNKTNK Een expositie van Tuttobene


0 reacties

Reageer op dit artikel